Marjon Baas presenteert onderzoek

Hoe krijg ik intern middelen voor innovatie?

‘Ik voel me soms een roepende in de woestijn’, ‘Hoe kan ik de organisatie meekrijgen’, ‘Dit onderwerp moet echt programmatisch en/of beleidsmatig opgepakt worden’. De hamvraag die hier vaak achter ligt is ‘Ik wil/wij willen beweging krijgen en daar zijn middelen voor nodig’. Een nobel streven van hardwerkende innovators maar als de innovatie die jij zo belangrijk vindt niet opgenomen is in beleid, strategie of tussen de oren van invloedrijke personen in de onderwijsinstelling loop je het risico een soort ‘Don Quichot’ te worden.

Hoe krijgen we een cultuurkentering voor elkaar?

Op de Npuls Communitydag ‘Open Leermaterialen’ (23 januari 2024) waren zo’n 100 innovators met hart voor ‘Open Education’ bij elkaar. Gelukkig ook collega’s van instellingen waar wel initiatieven, programma’s of zelfs beleid ingericht is. Zo’n 25 leden koos deze dag voor het werkthema ‘Visie en beleid’ om hier voor hun eigen school ook grip op te krijgen. De hamvraag: ‘Hoe krijgen we de huidige cultuur rondom leermaterialen in beweging?’ Vertaalde zich in een werksessie waarin we elkaar handvatten gaven.

Drijvers, trends, strategie: WHY?

Elke beweging start met een urgentie. Wat is precies het probleem dat je op wilt lossen, waarom is het belangrijk en wat levert het onze studenten/docenten/organisatie/wereld op? Als je een beweging in je instelling voor elkaar wilt krijgen moet je aan tafel komen bij de juiste personen die deze urgentie ook voelen en met je meedenken. Sommige instellingen hebben speciaal hiervoor inspraaksessies ingericht, of medewerkers kunnen een idee pitchen en daarvoor een budget aanvragen. In alle gevallen is het belangrijk dat je als initiator scherp op het vizier hebt wat de drijvers zijn om de innovatie verder te kunnen brengen. Wat is de WHY en voor jouw instelling: ‘What’s in it for me/us?’

Waar wil de instelling naartoe?

Om een sterk verhaal te hebben moet je je verplaatsen in de strategie van de instelling en in de landelijke trends. Dus even al je kleinere details en argumenten loslaten en kijken naar het grotere plaatje: Wat zijn de landelijke trends waarvan jij denkt dat de innovatie (mede-) een oplossing voor biedt? Met onze groep zetten we er een aantal op een rijtje en bespreken we het verband met open education. Natuurlijk moeten we dit nog verder uitwerken en ook per sector (mbo, ho, wo) maar het geeft richting:

Een aantal trends en argumentatie voor Open Education

  • Flexibel en wendbaar onderwijs (Veel haakjes met Open Education. In de groep ging het bijvoorbeeld over ‘intersectoraal leren’ waarbij we studenten in staat willen stellen om over sectoren, vakgebieden en niveaus heen te kunnen leren. Dit vergt dat we zoveel mogelijk materiaal van kwaliteit willen kunnen bieden zonder drempels). Docenten en studenten gaan steeds meer zelfregie nemen in het leerpad. Keurmerken op materiaal en goede docentenhandleidingen zijn nodig om hen hierbij te helpen.
  • Leven Lang Ontwikkelen (Scholen hebben steeds vaker en sneller nieuwe actueel cursusmateriaal nodig van professionele kwaliteit, dat moet je niet allemaal los van elkaar doen maar juist in samenwerking. Open cursusmateriaal kan nieuwe doelgroepen aanboren. Er is ook een downside: LLO lijkt de concurrentie tussen scholen te stimuleren. Daarom belangrijk om dit bespreekbaar te maken).
  • Kosten (Studenten zijn al jaren ontevreden over de kosten en kwaliteit van leermaterialen en velen van hen kopen de verplichte materialen niet eens meer. Dit werkt kansenongelijkheid in de hand). Om kosten voor studenten te besparen is samenwerking tussen instellingen in het programma noodzakelijk om de kwantiteit en kwaliteit te kunnen bieden.
  • MBO: Nieuwe wetgeving gratis leermaterialen onder de 18. De wet gaat in 2026 in en er zijn enorme kosten mee gemoeid voor scholen. Scholen hebben nu de kans om met elkaar aan de slag te gaan om in eigen beheer de content van de vier vakken te ontwikkelen. Dit vergt snelle actie maar levert straks enorm veel op!
  • Generatieve AI zet de wereld van content creatie op zijn kop. Instellingen hebben experts nodig die deze rappe ontwikkelingen in goede banen kunnen leiden (informatie specialisten, content beheerders, verschuivingen leveranciers en uitgevers etc). Kennis en interveniëren zijn ook van belang om naheffingen te voorkomen (copyright/auteursrecht issues)
  • Hergebruik stimuleren Alles lijkt steeds te draaien om het ontwikkelen van nieuw materiaal maar alles is al een keer gemaakt door een ander. Docenten en teams moeten leren eerst te onderzoeken wat er al is. Zij hebben daar ondersteuning bij nodig en betrouwbare platforms. Leren cureren en hergebruiken. Vergt ook: leren modulair te werken.

Strategie van de organisatie

Naast de landelijke trends moet de innovator ook goed kijken naar de specifieke uitdagingen en strategie van de organisatie en onderzoeken welke rol Open Education kan hebben in de oplossingen. Dit is situationeel maar stelt je wel in staat om concrete doelen op te stellen.

Pitch in twee minuten

Door de trends te combineren met de uitdagingen van de eigen instelling stelden de groepjes een pitch op, gericht op een bestuurder of invloedrijk persoon. Elke groep kreeg twee minuten om de bestuurder te overtuigen en aan boord te krijgen. Waar de ene pitch sterk gebaseerd was op concrete investering en opbrengsten, vertrok de andere pitch heel slim vanuit het belang om het delen van leermateriaal binnen de eigen organisatie eerst eens op te pakken (think big, start small, learn fast). Pitchen vraagt van je om je argumentatie scherp te hebben en je voor te bereiden op valkuilen. Door de pitches heeft de hele groep van elkaar ‘munitie’ gekregen om mee aan de slag te kunnen. De grotere opbrengst is dat de deelnemers elkaar nu kennen en elkaar kunnen helpen bij het opstellen van plannen.

De bestuurders

Het programmateam van Npuls spreekt natuurlijk zelf ook regelmatig met bestuurders. Grappig is dat deze reactie een aantal keer werd gegeven:

‘Had ik maar 1 krachtige programmaleider om Open Education in mijn instelling verder te brengen’.