Happy students

Wie profiteert van gratis schoolboeken in het mbo?

Eindelijk, stap 1 is genomen, boeken en licenties voor basisvaardigheden worden gratis in het mbo (onder de 18). Klinkt tof, maar wat betekent dit in de praktijk? Voor jou als docent, student, bestuurder? In het vo zijn alle boeken en licenties gratis, wat kunnen we leren van de ervaringen daar (ook al is het vo heel anders dan het mbo). En staan we als landelijke mbo’s goed op scherp om de bal die nu voor open doel ligt op onze manier in te tikken?

De bedoeling van de wet was om de kosten voor ouders terug te dringen (dat is slechts ten dele gelukt, de onmisbare laptops zitten nl. niet in de lumpsum). Het andere doel was om de marktwerking in de leermiddelenmarkt te stimuleren. Uit de evaluatie van minister Slob in 2021 (Wet Gratis Schoolboeken 2016-2020, vooral lezen, erg interessant) blijkt dat de uitvoering van de wet tot het tegenovergestelde heeft geleid:

Drie uitgeverijen hebben monopolypositie

De grotere scholen zijn allemaal aanbesteding-plichtig en daar spelen grotere bedrijven handig op in. Drie uitgeverijen en drie distributeurs beheersen de markt, waarbij bijzonder is dat een uitgever, een distributeur, een leerlingvolgsysteem en een elektronische leeromgeving onder Sanoma Learning vallen. De uitgeverij had vroeger vooral de docent als doelgroep, je verkocht meer boeken door veel met docenten (-verenigingen) samen te werken op didactiek en activerende werkvormen. Schoolleiders en bestuurders die het budget beheersen zijn nu de doelgroep.

De schoolleider is kop van jut

De schoolleider heeft de autonomie van haar docenten hoog in het vaandel en die docent is nogal methodetrouw. Jezelf als school anders organiseren of positioneren is dan lastig. De bestuurder wordt naar de markt gestuurd met een boodschappenlijst en moet het daar maar zien te rooien tussen drie uitgeverijen en drie distributeurs die onvoldoende transparant zijn hoe prijzen tot stand komen, sturen op contracten van minimaal vier jaar, wel of geen service biedend. Een schooldirecteur in het midden van Nederland merkt op: ‘Het is daarbij opvallend dat de uitgeverijen tegenwoordig bijna alleen maar werkboeken leveren en geen tekstboeken meer die aan het eind van het jaar teruggenomen moeten worden. Enorme dozen papier worden afgeleverd bij alle leerlingen van Nederland en dat gaat eind van het jaar allemaal de papierbak in, echt vreselijk in het kader van duurzaamheid, wij kunnen hier niets aan veranderen. Zij verkopen het liefst papier en als je alleen een licentie wilt dan loop je alsnog spaak omdat ze in het digitale lesmateriaal verwijzen naar het werkboek voor opdrachten. Kleinere uitgeverijen met vernieuwend materiaal komen nauwelijks meer aan bod waardoor de tijd ook didactisch gezien stilstaat’. De enige escape is samenwerken met andere schoolleiders (dit begint te lopen m.b.v. Sivon) of vakgroepen stimuleren om zelf materiaal te maken (succesvolle voorbeelden hiervan, vergt in het begin extra investering maar is op lange duur goedkoper en biedt veel meer vrijheid).

De docent is verdeeld

Uit de evaluatie in 2021 komt een beeld naar voren van veel methodetrouwe, redelijk traditionele docenten. Kwaliteit van het materiaal is belangrijk en een uitgeverij ‘levert natuurlijk kwaliteit’. Er tekende zich ook al een groep docenten af die aan het pionieren is met andere vormen, kleinere ontwikkelaars en zelf open materiaal maakt.

De leerlingen en ouders

Nul euro betalen voor de verplichte boekenlijst is fijn en dat een laptop aangeschaft moet worden is bij de meeste ouders inmiddels bekend (en wie het financieel niet trekt wordt door school geholpen). Het wringt wel steeds meer op pedagogisch/didactisch gebied. Klassikale inrichting van het onderwijs of juist op basis van vak/niveau/interesse, docentgestuurd versus leerlinggestuurd, toetsgericht, projectgericht, leeruitkomstengericht, gedifferentieerd, vasthouden aan jaarlagen of niet, er is veel beweging. Een goede digitale methode die adaptief werkt biedt de kans om als leerling op je eigen niveau te werken, ook als dat ‘twee jaar vooruit’ is. Maar de licentie van de onderbouw is een andere dan die je in de bovenbouw nodig hebt, wat doe je dan? Het vak twee jaar opzij leggen? Slechts een handjevol scholen biedt een goed flexibel examenprogramma aan waarin je eerder/later vakken kunt afronden. En hoe motiverend is het eigenlijk om in je eentje digitaal opdrachten te maken?

Hoe kan het mbo dit voorkomen?

Zoals gezegd zijn wij heel anders georganiseerd, we zijn veel meer gewend om ons onderwijs aan te passen bij de actualiteit en het werkveld en we hebben al veel materialen opgebouwd in onze digitale leermanagementsystemen. Onze uitgangspositie is anders, maar we moeten in heel Nederland echt aan de slag met de basisvaardigheden taal, rekenen, burgerschap. Een tweede bestuurder gaf als advies aan onze bestuurders: ‘Uitgeverijen zullen grote bulk-aanbiedingen willen doen en dat lijkt misschien aantrekkelijk maar uitgeverijen kennen de kleine lettertjes veel beter dan onze juristen en zij overleggen ook met elkaar. Probeer daarom vooral per vak te kijken zodat je onder de aanbestedingsgrens kunt blijven, deel aanbestedingen op in kleine percelen. Wij gaan nu echt elk jaar meer betalen zonder dat we daar iets aan kunnen veranderen’. De tien miljoen die beschikbaar komt zal per student veel minder zijn dan het kopen van de licenties voor die vakken van uitgeverijen dus laten we die kant niet opgaan (zeker met het beeld van het vo op ons vizier).

Pak de handschoen met elkaar op, niet per school

De eerste vraag is natuurlijk hoe de regeling uitpakt. Wordt de uitgetrokken 10 miljoen ‘verdeeld’ over het aantal mbo-studenten onder de 18, wordt er onderscheid gemaakt in niveaus, BOL of BBL, gaat de vergoeding naar de studenten of naar de scholen? Of wordt een deel van de middelen door OCW direct bestempeld om goed open leermateriaal te maken onder regie van MBO Digitaal, Surf, Kennisnet?

Het mbo heeft al een sterke samenwerkingsstructuur waar we trots op zijn, onze bestuurders overleggen regelmatig met elkaar. Daarop kunnen we doorpakken😊. Laten we die drie vakgebieden waar het om gaat even uit elkaar trekken:

Burgerschap (lekker pakkende term trouwens…)

We willen sociaal betrokken, vitale burgers die zichzelf kunnen redden op digitaal, financieel, politiek gebied en eager om zich een leven lang te willen ontwikkelen. Goed nieuws, dat zijn onze studenten al lang! Geef dat deel van de ‘buit’ dus gewoon in handen van een knallende startup waarin studenten, docenten, expertisepunt en practoraten zorgdragen voor goed leermateriaal. In opdracht van de minister zorgen studenten (media, AV, journalistiek) voor materiaal dat actueel is en de doelgroep aanspreekt (en toffe evenementen!). Buitgeverij 10.0! Op elke school iemand die het materiaal kan structureren in de eigen digitale leeromgeving en klaar ben je. Vergt een goede projectleider per school die in de landelijke community meedoet, en wat extra investering in het eerste jaar.

Nederlands

Met name voor de lagere niveaus een methode Nederlands zelf ontwikkelen die modulair, en adaptief is, ik zou er niet aan beginnen. Stel een goed plan op dat echt verder reikt dan een methode alleen. Wat is nodig (ook pedagogisch/didactisch!) om die taalvaardigheid echt gedifferentieerd op te bouwen? Geïntegreerd in de andere vakken waar mogelijk? Een multidisciplinaire taskforce zou hier eens een echt goed plan voor moeten maken, er is veel onderzoek en kennis op de wereld. Trek die lijn door vanaf het vo voor de hele doelgroep 12-18 jaar! Wat hebben de verschillende doelgroepen voor didactiek en leermateriaal nodig? Wat hebben we allemaal al? Prima om dit met een uitgeverij of ontwikkelbedrijf op te pakken, daar zit veel kennis.

Rekenen

Vanaf 1 augustus zijn de nieuwe rekeneisen van kracht waarbij er onderscheid is tussen de rekenniveaus op niveau 2, 3 en 4. Nieuwe, frisse en motiverende modules beroepsgericht rekenen moeten het verschil gaan maken, vanzelfsprekend gecombineerd met een ijzersterke didactiek. Examinering ontwikkelen we al zelf in een coöperatie, kleine stap om ook het materiaal door die coöperatie te laten ontwikkelen. Alles met belastinggeld gemaakt dus we kunnen het gewoon open delen. De doelgroep boven de 18 kan dan meteen meeprofiteren.

Middelen

Uit de evaluatie blijkt dat initieel meer geld nodig is als je zelf gaat ontwikkelen, na een paar jaar ga je meer in de onderhoudsmodus. Ik zie mooie kansen met de wens van minister Dijkgraaf om veel meer onderzoek te doen binnen het mbo, hoe pakken deze drie verschillende oplossingen uit? Wat is nodig om dit breder te trekken? Welke nieuwe technologieën kunnen helpen om de juiste leermaterialen sneller te vinden, hergebruiken? Trek daarom initieel meer geld uit dan tien miljoen, leer snel heel veel van deze drie verschillende benaderingen en hou de regie waar deze hoort!