Microcontent inzetten? 5 aspecten om direct goed te doen als organisatie!

Overal om je heen zie je steeds meer micro-content, kleine compacte leereenheden om precies dat te leren waar je op dat moment behoefte aan hebt. Het kan dan gaan om een video op youtube, een podcast via Spotify of een mini-cursus in een e-learning omgeving. Ook bedrijven en overheid gebruiken steeds vaker kleine animaties om handelingen of procedures uit te leggen of hun product aan de man te brengen. Bekijk dit voorbeeld over microlearning in bedrijven maar eens:

Waar moet je als organisatie en als maker van microcontent op letten? We noemen hier 5 belangrijke componenten om microcontent effectief en succesvol in te zetten.

  1. Eenvoud en gemak
  2. Persoonlijk (‘op mij gericht’)
  3. Kort en krachtig
  4. Integreer zorgvuldig
  5. Stimuleer sociale interactie

Eenvoud en gemak

Het is belangrijk dat microcontent eenvoudig te vinden is, makkelijk te bedienen is en feilloos werkt op alle verschillende apparaten, vooral telefoons.

  • Opslaan en delen: Denk als organisatie goed na hoe en waar je de content gaat opslaan en delen in een eenvoudig te navigeren en doorzoekbaar systeem.
  • Automatisch schalen: zorg ervoor dat de microcontent eenvoudig te bedienen is op elk apparaat, geen priegelige buttons die je met dikke vingers op een telefoon nauwelijks kan raken bijvoorbeeld. Heldere lettertypes en geen storende kleuren/logo’s.
  • Test microcontent zelf op verschillende apparaten voordat je het breed inzet.

Persoonlijk (‘op mij gericht’)

Bedenk goed voor wie je microcontent maakt en leef je in in die persona’s. Gebruik levendige voorbeelden uit de beroepspraktijk, echte foto’s van studenten of situaties in plaats van Stock-fotos, ook al zijn die misschien mooier. Bij voorkeur film/fotografeer je in een echt bedrijf waar de lerenden werken. Spreek de persoon aan waar je video voor bedoeld is en maak een apart product voor een andere doelgroep.

  • Maak in de titel en eerste beeld heel duidelijk waar de content over gaat en voor wie deze bedoeld is
  • Gebruik tags, titels, labels op basis van onderwerp, vak, beroepsgroep etc. Een visuele weergave met alle content gestructureerd en aanklikbaar kan helpen om de hoofdlijnen te zien.
  • Gebruik herkenbare spreektaal. Gebruik dezelfde woorden in verschillende content zodat het herkenbaar en doorzoekbaar wordt.

Kort en krachtig

Houd de content kort. Behandel de hoofdzaken en weid niet uit naar allerlei zijtakken, daar zijn langere, diepgaandere cursussen meer geschikt voor. Niet teveel achtergronden, hoe belangrijk je die ook vindt. Zet alle minder relevante informatie in bijlages met linkjes op het eind van je content. Eenvoud in vorm is niet hetzelfde als oppervlakkige inhoud. Met het toevoegen van vragen of opdrachten die recht doen aan de complexiteit respecteer je de lerende en stimuleer je deze om de inhoud daadwerkelijk te verwerken. Flauwe korte multiple choice vragen kunnen irritatie wekken.

Integreer zorgvuldig

Microcontent staat zelden op zichzelf als een standalone onderwerp. Zorg voor een logisch ontwerp van het grotere plaatje naar de hoofdonderwerpen en de sub onderwerpen en zorg voor samenhang. Een boom, een trap, tijdlijn of een cirkel kan verbeelden hoe de microcontent zich tot elkaar verhoudt.

Zorg ervoor dat artikelen, boeken, opdrachten en toetsen logisch in verband staan met de microcontent. In formatieve toetsen kun je bijvoorbeeld bij een verkeerd gekozen antwoord, als feedback verwijzen naar microcontent dat over dat onderwerp gaat. Gebruik dezelfde titels voor content dat bij elkaar hoort.

Stimuleer sociale interactie

Microcontent is e-learning. De student leert zelfstandig en alleen. Maar je kunt de kracht van microcontent verdrievoudigen door deze te integreren of combineren met een chatgroep, een discussie, een inlever-opdracht of peerfeedback-mogelijkheid. Denk hier zorgvuldig over na, zo zal er bij een discussie een moderator/docent nodig zijn die een oogje in het zeil houdt, gesprekken op gang houdt en af en toe een samenvatting verzorgd. Peerfeedback moet je organiseren door er bijvoorbeeld eerst in de klas mee te oefenen. Maak in ieder geval altijd duidelijk wat de bedoeling is en waarom, en wat er met de input van een student gedaan wordt. Je kunt in veel systemen ook instellen dat kijkers een commentaar, duimpje of sterretjes kunnen geven bij een video of andere microcontent. Je kunt ook aan studenten vragen om zelf video’s, foto’s of animaties te maken waarin zij laten zien hoe zij het geleerde toepassen in de praktijk. Daarmee verrijk jij je microcontent!